zaterdag 9 juli 2011

6 juli – Eyjafjallajökull


(Dat kan ik nu uitspreken. Een beetje.)

De IJslandse grap: wat doe je als je verdwaald bent in een IJslands bos?

Opstaan.

’s Ochtends was het opeens mistig en koud, dus mazzel, mazzel nam Tara ons mee ‘coring’ ipv naar Kolkuós om koukleumend zand en stenen op te ruimen. Coring is echt heel nerdy en cool – je stampt een ding de grond in, dan haal je het er uit en dan kan je de lagen zand in de grond zien (of als je op mij lijkt, gewoon zand zonder lagen). We hebben door een veldje gelopen en op verschillende plekken zand opgeboord en bestudeerd. Natuurlijk raakte ik een steen toen het mijn beurt was. Als het goed is kan je dan zand zien, misschien tephra van de vulkaanuitbarstingen en soms turf; als je geluk hebt, natuurlijk de sporen van een gebouw. Er zitten soms ook stukjes houtskool en takjes in – 4000 jaar oude takjes!!! De grond is soms heel nat en dan kan je het water er uit kijpen. Joepie.

Na de lunch moesten we toch echt weer wat nuttigs gaan uitvoeren. Ik ben opgedeeld in een team met Alex onder supervisie van een Zweedse archaeologe. We zitten op het uiteinde van de opgraving helemaal op het puntje van de rots. Als het goed is zijn er drie ‘gebouwtjes’. Ik ben bezig met eentje met een coolle openhaard er in.

Toen we terugkwamen WAS ER INTERNET! Dit was een belangrijk moment.

’s Avonds hadden we na het eten weer les, dit keer in Environmental Archaeologie. De leraar was heel goed alleen het leek jammergenoeg een beetje op Intro to Archaeology van m’n eerste jaar in Durham dus bijzonder nieuw was het niet – hoewel het wel handig was om het eens een keertje in context te zien, dat hielp echt want normaal is het zo saai dat er in m’n schrift alleen tekeningetjes in staan.

Daarna zijn we met de archaeologen gaan drinken. Ze hadden stukjes rotte haai (leuk he, vegetariër zijn) en brennivin (lekker, beetje met anijs). Daarna heeft Russische archaeoloog Stan ook nog een paar Russian Submarines met de anderen gedaan. Hierna was er jammergenoeg niet zo veel tijd meer om van het internet te genieten, maar goed.


1 opmerking:

  1. In het Nederlands heet dat 'boren'. Dat heb ik ooit gedaan in de Assendelfter Polder, waar nu de Wijkertunnel ligt. Er zat een mengsel van zand, klei, schelpjes en koeiestront in de boor. En het regende en stormde altijd.

    BeantwoordenVerwijderen