Na een weekend regen was het geen verassing dat het vanochtend lekker door miezerde. Zucht met 10 graden, wind en regen opgraven. Wonder boven wonder kwamen we aan in een redelijk licht en rustig Kolkuós waar de wind pas om een uur of 2 echt begon te waaien (en toen waaide het ook lekker hard). Geen regen, zelfs een beetje zon.
We zijn verder gegaan met het opgraven van de mysterieuze laag van vorige week. Jammergenoeg vonden we een hoop ‘stakeholes’ (net zoals die 25 die ik van de week heb uitgelepeld) dus die kon ik lekker allemaal opmeten met de Total Station (die ik ondertussen trouwens GLaDOS heb genoemd, naar Portal). Toen vonden we er nog een hoop, die ik ook mocht opmeten. Auw auw auw m’n rug. Je moet dat ding heel stil houden en als je ‘m niet een beetje optilt dan boort ’t een gat in je laag, dus na 10 (= 20+ omdat je ze allemaal 2 of meer keer moet meten) van die dingen had ik het echt wel gehad.
Om m’n humeur te verbeteren mocht Alex een leuk stukje laag opgraven waar ‘ie een leuk stukje metaal in vond dat heel misschien in de Viking tijd wel als geld werd gebruikt. Zucht. Maar goed, wel heel cool. Gelukkig mocht ik ‘m daarna helpen en heb ik een stukje ijzeren haring en kwarts gevonden.
’s Avonds was er een feestje voor de verjaardag van Lisabeth (een van de archaeologen in het lab) maar ik biel rond 9 uur bijna uit m’n stoel dus ik ben snel teruggegaan om nog een beetje te pixelen en misschien zelfs wel lekker optijd te slapen. Natuurlijk kwamen Bjartur en Freydis etc. nog even langs om een paar waterballonnen naar ons te gooien, maar gelukkig hadden ze het vooral op Alex gemunt.
(Angelos en de verloren stad van Kolkuós. Tabitha en Emily stelen heel professioneel een ladder uit een huis.)