Vandaag gingen Alex en ik als enige van de studenten naar Kolkuós. Emily en Hannah waren voorwerpen aan het analyseren en Steffan en Tabitha waren ‘flotation’ aan het doen. Morgen is het onze beurt voor flotation.
Er stond weer eens een erg sterke wind. We zijn het grootste deel van de dag bezig geweest om alles wat we gisteren hadden opgegraven op te meten. Daarna hebben Alex en ik allebei een haard opgegraven. Alleen was die van mij een beetje heel erg groot. Het bleef maar groter worden. Dit is voor de niet-archaeologen waarschijnlijk niet bijzonder boeiend, maar in elk geval, dit hield in dat ik 2 uur bezig ben geweest om niet-een-haard-op-te-graven, want af was het aan het einde van de dag nog lang niet. Arme Jennica, die zal wel zoiets hebben van ‘argh, studenten...’. Om het verder nog even een heerlijke dag te maken heb ik op m’n linkervoet een blaar ontwikkelt en daarna mijn laatste niet-kapotte broek weten te scheuren (don’t worry mam – niet m’n nieuwe, dat is de enige die ik nog over heb). Goed dat we de rest van de week in het lab werken want dan heb ik een paar dagen om dit probleem op te lossen (lees: weer in elkaar te knutselen). Ik ben natuurlijk geheel briljant mijn geweldige naaisetje... vergeten. Grr.
Aan de andere kant was het wel leuk om eens met de archaeologen te communiceren. Oh en blijkbaar had ik gisteren een stukje lood gevonden (ik dacht dat het een steen/schelp/stukje bot was van weinig belang). Whoo.
’s Avonds kwamen we vrij gesloopt terug, waarop de anderen vrolijk riepen dat ze gingen zwemmen. Dat zat er echt niet meer in bij ons, dus hebben Alex en ik gewoon omstebeurt relaxed gedouched en zijn we naar het dineé gesleept. Daarna heeft Jennica ons nog laten zien hoe je de data van het Total Station in Intrasis zet en gebruikt. Ik weet niet precies waarom, maar nu is het 10 uur en ben ik heel erg moe. Het licht is geen probleem: ik vind het zelfs een beetje jammer dat het nu heel langzaam donker begint te worden om 11 uur (maar nog steeds geen zonsondergang hoor). Het voelt heel bevrijdend als het constant licht is, alsof je de hele nacht alles kan doen. Het weer went ook wel: ik ben nogsteeds op de opgraving een zielig hoopje koude student, maar toen ik net even naar buiten liep om thee te halen dacht ik (bij c.a. 13 graden) ‘oh wat is het mooi weer vandaag’, midden in juli.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten